In navolging op de overeenkomst met Duitsland is nu ook met België een overeenkomst gesloten over de behandeling van grensarbeid en thuiswerken tijdens de coronacrisis.

Thuiswerkdagen

Doorbetaalde thuiswerkdagen worden aangemerkt als dagen die zijn gewerkt op de plaats waar de grensarbeider normaliter zijn dienstbetrekking uitoefent. Deze fictie geldt niet voor werkdagen die de grensarbeider, los van de coronamaatregelen, al thuiswerkend of in een derde land zou hebben doorgebracht. De fictie kan slechts worden toegepast voor zover het loon over de thuiswerkdagen wordt belast in de reguliere werkstaat.

Thuisblijven zonder te werken met doorbetaling van salaris

Dagen waarop de werknemer normaal zou hebben gewerkt maar nu thuisblijft zonder te werken met doorbetaling van salaris gelden als gewerkte dagen.

Thuisblijven zonder te werken met recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering

Inwoners van Nederland die in België werken en door de coronamaatregelen niet kunnen werken, hebben onder voorwaarden recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering. Dergelijke uitkeringen worden, als de dienstbetrekking in stand blijft, belast in België.

De overeenkomst is van toepassing tot 31 mei 2020 en kan daarna steeds met een maand worden verlengd.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2020 nr. 25956 | 14-05-2020

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer gezegd dat met ingang van 25 mei het nultarief voor de omzetbelasting wordt toegepast op de binnenlandse verkoop van mondkapjes. Deze maatregel geldt tot 1 september 2020. De maatregel houdt verband met de invoering van de verplichting om vanaf 1 juni een mondkapje te dragen in het openbaar vervoer. Toepassing van het nultarief betekent dat de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting behoudt. Het nultarief geldt zowel voor medische als voor niet-medische mondkapjes. De nadere invulling van het nultarief op mondkapjes wordt op dit moment verder uitgewerkt.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | 2020-0000088920 | 14-05-2020

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft specifiek voor kleine ondernemers een nieuwe garantieregeling opgezet. Deze Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC) geldt voor kredietaanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2020. De staat biedt een garantie van 95% van de leningen. De garantieregeling wordt aangeboden via de banken en via andere financiers, die geaccrediteerd zijn voor de BMKB-C. De staat heeft de rente, die financiers in rekening mogen brengen, gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2%.

De regeling wordt ter goedkeuring aangemeld bij de Europese Commissie onder het Tijdelijke Europees steunkader COVID-19. De inwerkingtreding en de uiteindelijke vormgeving van de regeling zijn afhankelijk van de goedkeuring van de Europese Commissie.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | DGBI / 20135074 | 14-05-2020

Sinds 1 januari 2013 geldt voor nieuwe eigenwoningschulden de eis dat de schuld gedurende de looptijd ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden volledig wordt afgelost. Volgens de wettelijke regeling moet een op 31 december 2020 opgelopen aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingelopen. Is dat niet het geval, dan blijft de schuld alleen een eigenwoningschuld als per 1 januari 2022 contractueel een nieuw ten minste annuïtair aflosschema wordt overeengekomen voor de resterende looptijd.

De coronacrisis vormt de aanleiding voor een alternatieve regeling om een opgelopen aflossingsachterstand in te lopen. De staatssecretaris van Financiën heeft daartoe een goedkeurend besluit gepubliceerd. Het besluit geldt onder voorwaarden ook voor al vóór de publicatie overeengekomen betaalpauzes die verband houden met de coronacrisis. Een betaalpauze kan fiscale gevolgen hebben voor het moment waarop de tijdens de betaalpauze verschuldigde, maar niet betaalde, rente in aftrek komt. Een eventuele schuld voor het inhalen van een renteachterstand valt altijd in box 3.

De alternatieve regeling geldt voor betaalpauzes die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. de belastingplichtige heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat hij betalingsproblemen heeft door de coronacrisis;
  2. de betaalpauze gaat uiterlijk op 1 juli 2020 in en is schriftelijk door de geldverstrekker bevestigd; en
  3. de looptijd van de betaalpauze is maximaal zes maanden.

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat al eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflosschema wordt overeengekomen. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

  1. In plaats van het wettelijke toetsmoment geldt de dag waarop de betaalpauze afloopt als toetsmoment voor de aflossingsachterstand.
  2. Het nieuwe aflosschema is gebaseerd op de omvang van de schuld volgens het oude aflosschema, verhoogd met de aflossingsachterstand.
  3. Het nieuwe aflosschema heeft maximaal dezelfde resterende looptijd als de oorspronkelijke schuld.
  4. Het nieuwe aflosschema moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze ingaan, maar uiterlijk op 1 januari 2022.

Het kan gewenst zijn de resterende lening te splitsen in de resterende hoofdsom en de door de betaalpauze ontstane aflossingsachterstand. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat alleen voor de aflossingsachterstand een nieuw aflosschema wordt opgesteld. De ontstane aflossingsachterstand wordt afgelost in maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. Voor het overige gelden de voorwaarden die ook aan de eerste goedkeuring zijn gesteld.

De rente op de eigenwoningschuld is aftrekbaar op het moment waarop deze is betaald, verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden. Een belastingplichtige kan de tijdens de betaalpauze verschuldigde rente alleen over het jaar 2020 in aftrek brengen, als:

  • hij deze rente alsnog (na de betaalpauze) in 2020 betaalt, óf
  • deze rente in 2020 is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden.
Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2020, 26069, nr. 2020-85139 | 14-05-2020

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) op enkele plaatsen gewijzigd.

Het betreft de regeling voor concerns met minder dan 20% omzetverlies, de instemming met openbaarmaking van bepaalde gegevens, de eis dat een binnenlands bankrekeningnummer moet worden opgegeven en het schrappen van de verplichte melding van een loonkostensubsidie.

Bij concerns met minder dan 20% omzetverlies kunnen individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van hun eigen omzetdaling. Hieraan zijn extra voorwaarden verbonden. De extra voorwaarde dat er geen personeels-bv binnen het concern mag zijn is gewijzigd. Er mag wel een personeels-bv zijn voor bijvoorbeeld het management, maar deze bv is uitgesloten van de NOW. Andere werkmaatschappijen binnen het concern kunnen de NOW aanvragen mits zij aan de voorwaarden voldoen.

Door het indienen van een NOW-aanvraag stemt de aanvrager in met het eventueel openbaar maken van informatie die hij verstrekt heeft aan het UWV. Deze automatische instemming heeft alleen betrekking op gegevens die voor transparantie over de besteding van publieke middelen van belang zijn. Bedrijfsgevoelige informatie wordt niet prijsgegeven.

De NOW kende als voorwaarde dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag diende aan te vullen met een Nederlands bankrekeningnummer. Deze eis is vervallen omdat is gebleken dat het vrijwel onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.

Al eerder heeft de minister gemeld dat dubbele financiering van loonkosten voor mensen met een arbeidsbeperking onder de huidige bijzondere omstandigheden geaccepteerd wordt. Verrekening van de subsidie op grond van de NOW met de loonkostensubsidie is niet of moeilijk uitvoerbaar.

De minister heeft eerder al aangekondigd dat zal worden verduidelijkt onder welke grens geen accountantsverklaring zal worden gevraagd. Die duidelijkheid is er nog niet. De regeling zal op dit punt zo spoedig mogelijk worden aangepast.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | 2020-0000059207 | 07-05-2020

Het kabinet heeft drie specifieke steunmaatregelen genomen voor de sportsector. Het gaat om de volgende maatregelen:

  • kwijtschelding van huur;
  • stimuleringsregeling voor kleine verenigingen;
  • uitbreiding van het Waarborgfonds Sport.

Kwijtschelding huur

In overleg met de gemeenten is besloten dat sportverenigingen de huur over de periode van 15 maart tot en met 15 juni niet hoeven te betalen aan de gemeente.

Stimuleringsregeling voor kleine verenigingen

Sportverenigingen met een accommodatie in eigendom hebben te maken met de vaste lasten daarvan. Veel van deze verenigingen zijn te klein om in aanmerking te komen voor de rijksbrede regelingen. Voor deze groep is een bijdrage van € 2.500 per vereniging beschikbaar.

Uitbreiding Waarborgfonds Sport

De Stichting Waarborgfonds Sport verleent borgstellingen aan banken voor leningen aan  amateursportverenigingen. Het kabinet heeft hiervoor een aanvullend bedrag van € 10 miljoen beschikbaar gesteld aan het Waarborgfonds.

 

Bron: Overig | publicatie | 1681229-204711-S | 07-05-2020

Een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis is een kredietfaciliteit voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers. Het kabinet heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten aan deze doelgroep. Vanaf 29 april om 09.00 uur kunnen deze bedrijven een aanvraag doen voor een corona-overbruggingslening (COL). De regeling wordt uitgevoerd door de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Corona-overbruggingslening

De COL is een overbruggingslening onder gunstige condities. De hoogte van de leningen varieert van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 moeten de aandeelhouders of andere investeerders 25% van het gevraagde bedrag inleggen. De rente bedraagt 3% per jaar. De looptijd is drie jaar, met de mogelijkheid van vervroegde aflossing. Het streven is om aanvragen tot € 500.000 binnen vier tot negen werkdagen af te handelen. 

Om in aanmerking te komen voor de COL moeten ondernemers kunnen aantonen dat zij deze lening nodig hebben vanwege de huidige economische situatie en dat zij een duurzaam en gezond toekomstperspectief hebben. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden toegevoegd:

  • een toelichting op de relatie tussen de coronacrisis en de liquiditeitsbehoefte;
  • de jaarrekeningen van 2018 en 2019;
  • de oorspronkelijke begroting 2020;
  • bestaande leningsovereenkomsten;
  • een businessplan;
  • een actuele liquiditeitsprognose op 12-maands forecastbasis;
  • een toelichting op en specificatie van de maandelijkse burnrate/runway.

De aanvraag van de COL gaat digitaal via https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | 28-04-2020

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat de doelgroep van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) wordt uitgebreid. Toegevoegd worden zelfstandigen in grenssituaties en zelfstandige AOW-gerechtigden.

Zelfstandigen in grenssituaties

Ook de in Nederland wonende zelfstandige ondernemer met een bedrijf in een andere EU-lidstaat kan een beroep doen op de Tozo als voorziening in zijn levensonderhoud. De ondernemer die in een andere EU-lidstaat woont en een bedrijf in Nederland heeft, kan met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Voor levensonderhoud dient deze ondernemer zich te melden in zijn woonland. De staatssecretaris wil één gemeente aanwijzen waar deze groep ondernemers de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. 

AOW-gerechtigde zelfstandigen

AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Tot nu toe was deze groep ondernemers uitgesloten van de Tozo.

Verrekening van inkomsten met de Tozo

Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd zal worden verrekend met de uitkering. Bij inkomen uit arbeid gaat het om de periode waarin de arbeid is verricht. Met een factuur voor werk in februari, die betaald wordt in maart, wordt geen rekening gehouden bij het bepalen van de Tozo-uitkering.

De grenswerkers en AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen een beroep doen op de Tozo nadat de aangepaste ministeriële regeling is gepubliceerd.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2020-0000058604 | 25-04-2020

De staatssecretaris van Financiën heeft zes nieuwe belastingmaatregelen aangekondigd ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis. De maatregelen zijn met name gericht op het geven van financiële ruimte aan bedrijven en ondernemers. Daarnaast is een maatregel voor particulieren met een eigen woning aangekondigd. Het gaat om de volgende maatregelen:

  1. Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling
  2. Versoepeling van het urencriterium voor zelfstandigen
  3. Verruiming van de werkkostenregeling
  4. De invoering van een coronareserve in de vennootschapsbelasting
  5. Uitstel van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel excessief lenen
  6. Een betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

1. Gebruikelijk loon

Dga’s van wie de bv door de coronacrisis met een omzetdaling wordt geconfronteerd, mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon dan volgens de wettelijke regeling. De toegestane verlaging staat in verhouding tot de omzetdaling. Als gevolg van de verlaging hoeft de bv minder loonheffing in te houden en af te dragen.

2. Versoepeling urencriterium

Ondernemers die voldoen aan het urencriterium hebben recht op de ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming besteedt. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op ondernemersaftrek verliezen geldt als fictie dat een ondernemer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uur per week aan de onderneming heeft besteed. Voor seizoensafhankelijke ondernemers zal worden geregeld dat zij ook onder de versoepeling vallen.

3. Verruiming werkkostenregeling

De vrije ruimte van de werkkostenregeling voor onbelaste vergoedingen aan werknemers wordt eenmalig verhoogd van 1,7 naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom.

4. Coronareserve

De coronareserve is een fiscale reserve die het mogelijk maakt om bij de bepaling van de winst over 2019 rekening te houden met verliezen die bedrijven in 2020 verwachten te lijden. De coronareserve geldt alleen voor bedrijven die onder de vennootschapsbelasting vallen. de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen

Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap moet voorkomen dat een dga door geld te lenen van zijn bv belastingbetaling uitstelt. De invoering van dat wetsvoorstel wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Voor de aftrekbaarheid van hypotheekrente voor de eigen woning geldt sinds 2013 een aflosverplichting op de schuld. Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden van een betaalpauze voor rente en aflossing van maximaal zes maanden. Anders dan volgens de wettelijke regeling hoeft de door de betaalpauze opgelopen aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te zijn ingelopen om verlies van renteaftrek te voorkomen. De achterstand kan worden ingelopen in de resterende looptijd van de lening. In plaats daarvan kan de klant ervoor kiezen om de resterende lening te splitsen. Dat maakt het mogelijk om de achterstand in een afwijkende periode dan de resterende looptijd in te lopen.

Voor zover de aangekondigde maatregelen wettelijk geregeld moeten worden zullen zij worden opgenomen in het Belastingplan 2021. Daarop vooruitlopend wordt de uitwerking opgenomen in een goedkeurend beleidsbesluit. De maatregelen, die niet wettelijk geregeld hoeven te worden, worden zo spoedig mogelijk uitgewerkt in een beleidsbesluit.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000080433 | 25-04-2020

Specifieke steun sierteelt en voedingstuinbouw

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft aan de Tweede Kamer meegedeeld dat er voor de sierteelt en de voedingstuinbouw een specifieke steunregeling komt. Ondernemers in deze sectoren, die te kampen hebben met een forse omzetderving in de maanden april, mei en juni, komen in aanmerking voor een financiële compensatie voor onvermijdelijke seizoensgebonden loonkosten. Uitgangspunt is dat de eerste 30% van de omzetderving voor rekening van de ondernemer is. De staat compenseert de resterende 70% voor een aanzienlijk deel.

Ook voor telers van fritesaardappelen komt een compensatieregeling. Zij worden gecompenseerd voor de hoeveelheid fritesaardappelen die zij in opslag hebben liggen. De vergoeding wordt vastgesteld op basis van 1 miljoen ton aardappelen, die niet meer verwerkt kunnen worden tot frites dit seizoen. De vergoeding bedraagt 40% van de gemiddelde marktwaarde over de periode september 2019 tot en met februari 2020.

Verruiming van de Borgstelling MKB-landbouwkredieten

Ook visserij- en aquacultuurbedrijven die kampen met liquiditeitsproblemen door de coronacrisis kunnen gebruik maken van een tijdelijke verruiming van de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten voor tijdelijke kredietfaciliteiten. De regeling houdt in dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit borg staat voor door de banken verleende kredieten. Deze maatregel geldt met terugkerende kracht vanaf 18 maart 2020. De provisie die de overheid rekent voor de regeling is met terugkerende kracht gehalveerd voor bedrijven in de primaire land- en tuinbouw en in de visserij en aquacultuur. De provisie is verlaagd van 3 naar 1,5%. Voor startende ondernemers en voor overnemers is de provisie verlaagd van 1 naar 0,5%.

Bron: Ministerie van Landbouw | publicatie | DGA / 20117240 | 23-04-2020