Up to date

- Huisman Accountants

 Prinsjesdag 2016: de belangrijkste fiscale wijzigingsvoorstellen

Bij veel van de benoemde maatregelen gaat om gebruikelijke jaarlijkse marginale aanpassingen in tarieven, drempels en grensbedragen. Daarnaast zijn er verschillende maatregelen, die betrekking hebben op zeer specifieke situaties, waar de gemiddelde belastingplichtige nooit mee te maken heeft. Uit het totale pakket belicht ik voor u juist die maatregelen, die wel een grote doelgroep treffen en bovendien tot significante verschillen kunnen leiden, zowel in positieve als in negatieve zin.

 

  

 

Wijzigingen in de inkomstenbelasting

 Einde aan aftrek uitgaven monumentenpanden

De fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden wordt per 1 januari 2017 beëindigd. Er komt nog wel een overgangsregeling voor 2017 en 2018. Deze moet nog worden vormgegeven.

 Einde aan aftrek scholingsuitgaven

Er komt per 2018 een einde aan de aftrek van scholingsuitgaven. Belastingplichtigen kunnen straks wel onder strikte voorwaarden een beroep doen een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers. 

 Aanpassing fictief rendement box 3

Het huidige fictieve rendement van 4% wordt steeds feller bekritiseerd vanwege het lage rendement dat wordt behaald op spaargeld. Door de invoering van een klassensysteem met verschillende rendementspercentages probeert de wetgever een verschil aan te brengen tussen spaargeld en het vermogen dat wordt gehouden als belegging. Uitgangspunt daarbij is dat naarmate het vermogen hoger is dit meer uit beleggingen bestaat en belastingplichtige een daadwerkelijk hoger rendement kan behalen. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, neemt het fictieve rendement toe naarmate het belastbare vermogen stijgt. In klasse 1 wordt een fictief rendement gehanteerd van 1,63% en in klasse 2 van maar liefst 5,5%. Het omslagpunt ligt rond een vermogen van circa 445K, afhankelijk van uw situatie en de daaraan verbonden vrijstelling van 25K per belastingplichtige. Het is de bedoeling van de wetgever dat deze vrije vermogensvoet in de toekomst nog verder stijgt.

Tabel:

 

Grondslag

(na vrijstelling)

Klasse 1 (sparen)

Klasse 2 (beleggen)

Fictief rendement 2017

Huidig fictief rendement

Forfaitair tarief

 

1,63%

5,50%

   

Schijf 1

25.000- 100.000

67%

33%

2,91%

4%

Schijf 2

100.000-1.000.000

21%

79%

4,69%

4%

Schijf 3

> 1.000.000

0%

100%

5,50%

4%

Wijzigingen in de vennootschapsbelasting

 Verlenging eerste tariefschijf

De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 naar € 300.000 en in 2021 naar € 350.000.

 Gebruikelijk loonregeling voor innovatieve start-ups verruimd

 Het belastbaar loon van een DGA van innovatieve start-ups wordt voor de toepassing van de gebruikelijk loonregeling vastgesteld op het wettelijk minimumloon. Dit zal gaan gelden voor DGA´s van bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de toepassing van de S&O-afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt.

Let op

Dit betreft een tijdelijke regeling en geldt in principe tot 1 januari 2022.

 Einde aan pensioen in eigen beheer

Pensioen in eigen beheer is de laatste jaren uitgegroeid van een fiscaal gefaciliteerde mogelijkheid om voor de oudedag te sparen, zonder direct geld aan de vennootschap te hoeven onttrekken, door alle bizarre fiscale voorwaarden en rekenvoorschriften voor de meeste DGA’s uitgegroeid tot een duur en beperkend blok aan het been. Enerzijds: jammer dat er definitief een einde is gekomen aan deze mogelijkheid. Anderzijds: hoera voor het volgende wijzigingsvoorstel, waarmee u op fiscaal zeer gunstige wijze van dit blok aan uw been af kunt geraken!

Er komt per 1 januari 2017 een einde aan de mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer.  Het kabinet biedt de DGA nog wel een tijdelijke optie die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Hierbij wordt de DGA gedurende een periode van drie jaar de mogelijkheid geboden zijn opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen. Deze afkoopoptie houdt in dat de pensioenaanspraak fiscaal geruisloos (zonder loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting) wordt afgestempeld naar het niveau van de waarde van de pensioenverplichting op de balans voor de heffing van vennootschapsbelasting (fiscale waarde van de pensioenverplichting). Die fiscale waarde van de pensioenverplichting vóór de afstempeling vormt het uitgangspunt (de grondslag) voor de vaststelling van de grondslag van de loonbelasting die verschuldigd is ter zake van de afkoop, met dien verstande dat op deze grondslag een korting wordt verleend.

Let op

De gefaciliteerde afkoopmogelijkheid geldt alleen gedurende drie jaren, namelijk in 2017, 2018 en 2019. Daarnaast neemt de korting af per jaar. In 2017 geldt een korting van 34,5%, in 2018 geldt een korting van 25% en in 2019 geldt een korting van 19,5%.

Wijzigingen in de omzetbelasting

 Teruggaafregeling oninbare vorderingen btw vereenvoudigd

De regel voor oninbare vorderingen wordt dusdanig aangepast dat de oninbaarheid van de vordering in ieder geval ontstaat op het moment dat de vordering één jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is betaald. De ondernemer heeft hierdoor uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van zijn vordering recht op teruggaaf.

Een andere vereenvoudiging ziet op het teruggaafverzoek.  Zo is het straks niet meer nodig om een apart teruggaafverzoek in te dienen maar kan de ondernemer het bedrag van de teruggaaf in mindering brengen op de periodieke btw aangifte.

Wijzigingen in de schenkbelasting

 Verhoging vrijstelling schenking eigen woning naar € 100.000

De eenmalige vrijstelling voor een schenking in verband met de eigen woning wordt structureel verhoogd van € 53.016 naar € 100.000 per 1 januari 2017. Het bedrag moet worden besteed aan aankoop of verbouwing van de eigen woning, afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming, aflossing van de eigenwoningschuld of een restschuld. De begunstigde moet tussen de 18 en 40 jaar zijn. De beperking dat de schenking moet zijn gedaan door een ouder aan een kind vervalt. De verkrijger kan per schenker eenmaal in zijn leven gebruikmaken van de vrijstelling.

 Wijzigingen voor de auto van de zaak

De fiscale automaatregelen voor 2017 tot en met 2020 zijn uitgewerkt in de zogenaamde autobrief. Er blijven nog maar twee bijtellingscategorieën over voor auto’s van de zaak: 4% voor nulemissieauto’s en 22% voor alle andere auto’s met een datum van eerste toelating op de weg vanaf 1 januari 2017.

Vanaf 2019 zal voor volledig elektrische auto’s het deel van de catalogusprijs dat boven € 50.000 uitkomt ook onder het algemene bijtellingspercentage van 22% vallen. De BPM wordt tot 2020 geleidelijk verlaagd met gemiddeld 14,7%. Verder wordt de BPM minder CO2-afhankelijk gemaakt door de vaste voet te verhogen van € 175 tot € 350 en het CO2-afhankelijke deel van de tarieftabel te verlagen. Voor plug-in hybrides (auto’s met een CO2-uitstoot tot en met 50 gr/km) wordt het voordeel in de BPM afgebouwd, nulemissieauto’s blijven tot en met 2020 volledig vrijgesteld. De MRB wordt met ingang van 2017 voor alle auto’s generiek verlaagd met 2%. Voor vervuilende dieselauto’s en -bestelbusjes zal vanaf 2019 een toeslag gelden van 15%.

Betalingsregelingen en verrekening toeslagen

 Invordering belastingen en toeslagen onder één regime vanaf 2019

Voor toeslagen geldt een ander invorderingsregime dan voor belastingen. Dit heeft tot gevolg dat een burger die een toeslag en een belastingschuld moet terugbetalen, te maken krijgt met verschillende betalingsregelingen onder andere voorwaarden, een maandelijkse stroom aan verschillende berichten van verschillende instanties en afwijkende mogelijkheden van bijvoorbeeld kwijtschelding. Dit is niet alleen lastig uit te leggen, maar een burger zal ook snel het overzicht kwijt zijn over zijn schulden. Dit is ongewenst en daarom wordt de invordering van belastingen en toeslagen ondergebracht in één invorderingsregime. Hierbij wordt het invorderingsregime dat geldt voor belastingen (grotendeels) van toepassing verklaard op toeslagen. Een burger met belastingschulden en toeslagschulden krijgt in de toekomst daarom alleen nog maar te maken met de ontvanger van de Belastingdienst en niet langer met de Belastingdienst/toeslagen. Het streven is om de wijzigingen per 1 januari 2019 in werking te laten treden.

 Ruimere betalingsregelingen belastingschulden vanaf 2019

Door de stroomlijning naar één invorderingsregime komt een standaardbetalingsregeling voor belastingschulden van maximaal twaalf maanden (nu: vier maanden) met een minimale betaling van € 50 per maand. De betalingscapaciteit of de vermogenspositie van de belastingschuldige is hierbij niet relevant. Iedereen kan zijn belastingschulden standaard afbetalen in maximaal twaalf maanden. De maatwerkregeling voor belastingschulden wordt 24 maanden (nu: twaalf maanden). Hierbij is de betalingscapaciteit en de vermogenspositie wel van belang.

Mensen met toeslagschulden gaan er in de nieuwe invorderingsregeling op achteruit. Voor toeslagen geldt nu een standaardbetalingsregeling, ongeacht betalingscapaciteit of vermogenspositie, van 24 maanden.

De nieuwe betalingsregelingen gaan gelden voor toeslagschulden van particulieren en ondernemers en voor belastingschulden van particulieren.

Let op! In de nieuwe regeling bent u verplicht een automatische incasso af te geven voor de betalingsregeling.

Na afloop van een maatwerkbetalingsregeling volgt in beginsel automatisch kwijtschelding van het eventuele restant van de schuld.

Let op! De ruimere betalingsregelingen gelden nog niet vanaf 1 januari 2017. Het streven is inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2019.